Drie Britse militairen onderscheiden met de niet zo vaak uitgereikte Albert Medal werden naast elkaar begraven op Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery in Haringhe (Poperinge): Serjeant Major A. H. Furlonger, Royal Engineers (kavel III D 31), Sapper G.E. Johnson, Royal Engineers (kavel III D 32) en Sapper J.C. Farren, Royal Engineers (kavel III D 33).

Op 30 april 1918 ontplofte de tweede wagon van een ammunitietrein, gestationeerd op een laadplaats in Krombeke, nabij Poperinge. De locomotief was juist ontkoppeld, maar de bestuurder, Lance Corporal John Bigland, werd door Serjeant Major A.H. Furlonger opgedragen om de eerste twee wagons te verwijderen van de rest van de trein. Sapper J.C. Farren hielp Furlanger bij de koppeling aan de locomotief, en Sapper T. Woodman maakte de brandende wagon los van de rest van de trein. De locomotief zette de twee wagons in beweging, maar de brandende wagon explodeerde, waardoor twee andere wagons werden vernietigd en ook de locomotief van de sporen kwam. Bigland werd ernstig gewond en ook Woodman raakte gekwetst. De anderen, evenals Sapper G.E. Johnson, kwamen om in de ontploffing. Furlonger, Woodman, Bigland, Farren en Johnson werden onderscheiden met de bronzen Albert Medal.