In de jaren 1924 en 1926 werd Divisional Collecting Post Cemetery & Extension (in Sint-Jan, Ieper) aanzienlijk uitgebreid toen graven uit de nabijgelegen slagvelden en kleinere begraafplaatsen werden toegevoegd. In de onmiddellijke omgeving van deze begraafplaats liggen er nog twee andere, als een trio van treurwilgen in de Vlaamse velden: La Belle Alliance Cemetery en New Irish Farm Cemetery.

Sapper John Hugo Francis, Royal Engineers 332nd Road Constr. Cy, stierf op 23 oktober 1917, op 36-jarige leeftijd. Hij liet een weduwe achter, Emma Louise, samen met vijf kinderen; van links naar rechts: William (10), Frederick (7), John Harold (6), Vera Louise (4) en Reginald Charles (9). Beeldverantwoording: zijn kleinzoon Richard P. Francis, zoon van John Harold Francis. Locatie van Hugo Francis’ graf op Divisional Collecting Post Cemetery & Extansion: kavel I B7. Zijn verhaal en dat van anderen op deze begraafplaats vindt u in ‘Stille Steden van Flanders Fields’, gids van de WO I-begraafplaatsen in West-Vlaanderen.

Soldaat Henry James Amos stierf op 31 januari 1916, op 32-jarige leeftijd. Hij werd geboren in Mold, in het noorden van Wales. Zijn ouders stierven toen hij nog erg jong was. Samen met zijn broers verhuisde hij naar County Durham waar ze verbleven bij een oom. Vanaf zijn 10de levensjaar werkte hij in de koolmijnen. Henry James Amos was ongehuwd toen hij dienst nam op 2 oktober 1914. Hij landde in Boulogne op 9 september 1915 en werd ongeveer vijf maanden later gedood. Beeldverantwoording Glyn Phillips (zijn overgrootneef). Locatie van zijn graf op Dickebusch New Military Cemetery: H 15. Deze begraafplaats is te vinden aan de Kerkstraat in Dikkebus (Ieper), een zijstraat (links vanuit Ieper bekeken) van de Dikkebusseweg. Nadat u de straat bent ingereden vindt u Dickebusch New Military Cemetery 200 meter verder.

Robert Lawrence Pillman was een internationale rugbyspeler. In september 1914 gaf hij gevolg aan de algemene oproep tot de wapenen (zie poster) en nam dienst als soldaat bij het 10th Battalion van de Royal Fusiliers. Pillman kwam al vlug in aanmerking voor bevordering als Second Lieutenant bij het Queens Own (Royal West Kent) Regiment in juli 1915, en vervolgens als ‘Full Lieutenant’ in oktober van datzelfde jaar, en kapitein in januari 1916. Al spoedig werd zijn eenheid naar de strijd in Frankrijk gestuurd. Pillman bood zich aan als vrijwilliger voor bijzondere taken en werd aangesteld als ‘Brigade Bombing Officer’, waarbij hij raids uitvoerde in het niemandsland, bijgestaan door een 50-tal vrijwilligers. Tijdens een raid werd een van zijn mannen in een Duitse loopgraaf gegrepen door gas en Pillman wist hem over een afstand van 300 meter door niemandsland in veiligheid te brengen. Bij de start van het Somme-offensief werd Pillman op 9 juli 1916 getroffen toen hij en zijn manschappen terugkeerden van een raid nabij Armentières. Hij bezweek enkele uren later aan zijn verwondingen. Robert Lawrence Pillman had net twee maanden diensttijd aan het front achter de rug. De locatie van zijn graf op Calvaire (Essex) Military Cemetery in Komen-Waasten, ongeveer 16 km ten zuidoosten van Ieper: IV D 10. (Afbeelding en tekst zijn afkomstig uit het boek ‘Stille Steden van Flanders Fields’, beschikbaar via de bookshop van deze website).

Lieutenant Colonel Henry Osbert Samuel Cadogan (links), Royal Welsh Fusiliers, stierf op 30 oktober 1914, op 46-jarige leeftijd. Hij kwam om het leven toen hij de dodelijk gewonde Alfred Edwin Claud Toke Dooner, Royal Welsh Fusiliers, probeerde te redden. Maar Dooner stierf eveneens op 30 oktober 1914, op 22-jarige leeftijd. Ze werden naast elkaar begraven. Locatie van het graf van Cadogan op Hooge Crater Cemetery, Zillebeke: kavel IX A L11, Dooner: kavel IX A L 12. Foto copyright Annemie Reyntjens, wiens mooiste foto’s werden gegroepeerd in het foto/belevenisboek ‘All Beautiful in Flanders Fields’.

James Llewellyn Davies werd geboren in maart 1886 in Ogmore Vale, Glamorgan (Wales) als kind van John en Martha Davies. Als korporaal in het 13th Battalion, The Royal Welsh Fusiliers, volbracht hij op 31 juli een daad in Polygon Wood, Pilkem, die hem het Victoria Cross opleverde. Hij stierf aan zijn verwondingen tijdens de aanval. De Britse koning overhandigde korporaal Davies’ Victoria Cross aan diens weduwe op 20 oktober 1917. Zijn V.C. ligt nu tentoongesteld in het Royal Welsh Fusiliers Museum, Caernarfon Castle, Wales.

Uit de ‘London Gazette’, nr. 30272, 6 september 1917: ‘Voor bijzondere dapperheid aan de dag gelegd tijdens de aanval op de voorste vijandelijke linies. Deze onderofficier drong doorheen het ondersteunende vuur en overrompelde eigenhandig een mitrailleurpost, nadat meerdere van zijn mannen gedood werden bij een gelijkaardige poging. Hij doodde één Duitser met zijn bajonet en keerde terug met een gevangene en de buitgenomen mitrailleur. Hoewel gewond leidde korporaal Davies vervolgens een aanval op een sterk verdedigde stelling, en doodde hierbij een sluipschutter die zijn peloton onder vuur had. Deze heldhaftige onderofficier stierf later aan zijn verwondingen opgelopen in de aanval.’ (Locatie van zijn graf op Canada Farm Cemetery: kavel II, rij B 18). Het relaas van James Llewelyn Davies is een van de 500 verhalen van individuele militairen uit het boek ‘Stille Steden van Flanders Fields’, beschikbaar via de bookshop van deze website.

Private John (Jack) Lynam, 1st Bn. Irish Guards, stierf op 3 augustus 1917, op 21-jarige leeftijd. Jack nam dienst bij het Leinster Regiment in Portlaoise Barracks, hoewel hij het daar niet naar de zin had. Hij vernam van vrienden dat de Irish Guards mannen met grote gestalte zochten. Hij deserteerde uit Portlaoise, keerde naar huis terug en begroef zijn uniform. In gezelschap van zijn drie kameraden begaf hij zich naar de Barracks in Mullingar en nam dienst bij de Irish Guards. Hij maakte deel uit van de groep van zijn neef John Redmond, die in de buurt was, toen grootoom Jack, bij het oversteken van het niemandsland, werd gedood door een Duitse obus. John Redmond was de enige overlevende. Locatie van Jack Lynams graf op Artillery Wood Cemetery in Boezinge: kavel X, C 18.