Zo stond te lezen in de Burnley Express van 8 augustus 1917: ‘Mrs. Davie, woonachtig in Whittlefield Street nr. 8 in  Burnley, werd door de War Office officieel op de hoogte gesteld dat haar echtgenoot, Private George Norman Davie, 35998 Lancashire Fusiliers, op 18 juli is omgekomen in de strijd.

Beste Mr French,

Het spijt me dat ik u melding moet maken van het feit dat uw dierbare zoon op 15 juni gedood werd in de strijd. Hij stierf zoals het een goede soldaat betaamt – een soldaat die zijn nobele plicht vervult voor Koning en land. Hij werkte aan de borstwering van een loopgraaf toen vier kogels van een machinegeweer hem troffen en hem op slag doodden.

Hij werd tussen zijn kameraden begraven in een bos, en zijn graf wordt zorgvuldig onderhouden door zijn vrienden in het bataljon. Ik betuig u mijn diep medeleven en bid dat de Almachtige God hem genadig mag zijn en dat hij u bijstaat en kracht geeft in uw beproeving.

Mag ik u herinneren aan de tekst uit het 15de hoofdstuk van St. John’s Gospel, alsook het 14de vers? ‘Groter eer kan een man niet te beurt vallen, dan dat hij zijn leven geeft voor zijn kameraden’.

Hoogachtend

M.A.O. Mayne

C of E Chaplain

 

Beste May.

Ik schrijf je andermaal in de hoop dat het goed met je gaat en dat geldt ook voor mij, want ik verkeer in goede gezondheid. Het is hier momenteel erg rustig, en ik wou maar dat het wat levendiger werd. Het pak dat tante me toestuurde was fantastisch, hartelijk dank voor de zoetigheden en de chocolade.

Alles wat hier te eten valt, en zeker de zoetigheden, zijn tweemaal zo duur als in Engeland en niet half zo goed wat kwaliteit betreft. Het is nauwelijks het geld waard dat je er voor neertelt.

Alles is tweemaal zo duur, behalve sigaretten, en de rest is van slechte kwaliteit. Frankrijk kan niet op tegen Engeland. Ik vond je foto’s bijzonder geslaagd, May, ik heb er nooit betere gezien. Mijn kameraden verzekeren me dat het puike foto’s zijn. We zijn ingekwartierd in ‘Musty Villa’, dat is de naam die we geven aan onze schuilplaats. We moeten onze kost grondig opbergen, want anders gaat het op aan de muizen en ratten. Maar het is wel niet zo erg als sommigen beweren. We hebben nu een warm weertje, en dat maakt het een pak aangenamer, en we hebben het ons zo comfortabel mogelijk gemaakt in onze ‘dugout’. Andere schuilplaatsen kregen de benaming ‘Hotel de Ratty’, ‘The Happy Family’ en ‘Abode of Love’. Ik denk dat we over twee maanden met verlof mogen gaan. Alle militairen zijn dus vertrokken uit Wolverton. Dat heeft dus niet veel tijd gevergd, wel? Er zullen wel niet veel mannen overblijven in Wolverton, en er zullen er wel geen meer overkomen van de Works. Jouw verjaardag en die van Will staan eraan te komen, en ook de mijne. Onze verjaardagen liggen nu eenmaal dicht bij elkaar. De obussen maken minder lawaai dan ik gevreesd had. Ze maken een ronkend en scheurend geluid, soms klinkt het als een schreeuw. Je kunt ze door de lucht horen suizen, maar je kunt ze niet onderscheiden. Ze maken een groot gat en veroorzaken veel rook als ze ontploffen, en stukjes vliegen tot 60 meter in de omtrek. De kogels maken een langgerekt fluitend geluid. Beste May ik moet nu maar eens afsluiten en ik wens je alle liefs toe.

Je liefhebbende broer

Albert

Op Hyde Park Corner (Royal Berks) Cemetery vinden we ook het graf van soldaat Albert French. Hij is vooral bekend geworden door brieven van hem die werden gevonden. In augustus 1914 nam een flink aantal jongemannen uit Wolverton, werkzaam bij de plaatselijke Railway Works, ontslag om te vechten in de Grote Oorlog. Ze vreesden dat als ze niet vlug tot het leger zouden toetreden, het te laat zou zijn omdat men verwachtte dat het conflict mogelijk tegen Kerstmis al zou zijn beslecht. Een jaar later zou de Engelse bevolking vertrouwd zijn met de verschrikkingen van de oorlog, maar nog steeds boden talloze jongemannen zich met veel enthousiasme aan als vrijwilliger. Albert French, geboren op 22 juni 1899, was een van hen…

Albert French begon zijn legeropleiding bij het 18th Battalion van de King’s Royal Rifle Corps in Gidea Park, nabij Romford in Essex. Op 2 mei 1916 verliet het bataljon Aldershot om via Southampton de boot te nemen naar Le Havre in Frankrijk. Hun bestemming was Steentje in Noord-Frankrijk waar ze tot eind mei werden opgeleid. Albert kwam op 28 mei terecht in de loopgraven in de sector Ploegsteert. Twee brieven (opgenomen op deze pagina’s), één geschreven door Albert zelf en een tweede door aalmoezenier Mayne van de 122nd Infantry Brigade, informeren ons over de laatste dagen van zijn leven. Locatie van zijn graf op Hyde Park Corner (Royal Berks) Cemetery: B 2.

In 1975 werd in een tweedehands meubelzaak een bundel brieven teruggevonden in een doos boeken. De brieven waren van de hand van Albert French, en hebben betrekking op zijn ervaringen tijdens WO I. Hoewel Albert Frankrijk vermeldt in zijn brieven, was hij gelegerd in België.

Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery in Haringhe (Poperinge), ontworpen door Sir Reginald Blomfield, werd in juli 1917 in gebruik genomen door de 62nd en 63rd Casualty Clearing Stations en begravingen van meerdere hospitalen (waaronder voornamelijk het 36th Casualty Clearing Station in 1918) hielden aan tot oktober 1918. Bandaghem ontleent zijn naam aan de medische handeling ‘verband aanbrengen’. Bandaghem, Dozinghem en Mendinghem waren populaire namen die door de troepen bedacht werden voor verbandplaatsen in deze sector. Deze begraafplaats heeft een aparte kavel voor 39 Duitse oorlogsgraven, maar vier kavels (X, XI, XII en XIII) van Franse graven werden na de oorlog verplaatst naar andere begraafplaatsen. Op Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery bevinden zich ook vijf graven uit WO II, waarvan drie ongeïdentificeerd. Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery is best een grote begraafplaats. Hier liggen begraven (alleen rekening gehouden met geïdentificeerde graven): 743 Britse soldaten, 6 Canadezen, 11 Nieuw-Zeelanders, 2 Australiërs en 7 Indiërs. (Bron: ‘Stille Steden van Flanders Fields’.)